Liturgie 15 november Raerd

Orde van dienst
voor de liturgie van de negende zondag van de herfsttijd
15 november 2020 
in de Laurentiuskerk van Raerd

Vanmorgen horen we hoe het volk Israël van oase tot oase door de woestijn reist. In de woestijn die het leven soms is, smaakt het leven soms als droog brood en is het de kunst om hoopvolle bronnen te vinden waaruit de wijn van het leven uit stroomt als visionaire beelden. Zoals in het slotlied ‘Jeruzalem mijn vaderstad’ (737), een tekst van Willem Barnard. Daarin komen als in een uitbundige reidans allerlei oude en nieuwe visionaire beelden voorbij.
Het is een lied over het verlangen naar die momenten dat het hemels Jeruzalem zich op aarde ontplooit. Kleine hemelse momenten als oases, waarin iets van de dieptedimensie van Waarheid, Goedheid en Schoonheid (oude woorden voor het Goddelijke) ervaarbaar wordt. 
Afgelopen jaar was er wat opschudding over het 19e couplet van dat lied, over de zin: De negers met hun loftrompet.  Willem Barnard had bij het woord neger geen enkele negatieve gedachte. Eerder het tegenovergestelde. Ieder mens is immers beeld van God en heeft dus iets goddelijks in zich, zegt onze traditie. Dat uitte zich ook in hun goddelijke gospel- en jazzmuziek, die hen tegen de verdrukking in als een goddelijke kracht de moed gaf om door te gaan. Muziek als zich ontplooiende goddelijke oases van Waarheid en Goedheid en Schoonheid. Het is daarom goed dat we dit couplet blijven zingen en zo (mogelijk) pijnlijke (denk-)beelden laten staan. Ze niet uit te wissen in een poging om ons geweten te sussen en het verleden wit te wassen. Zeker ook vanwege dat niet minder pijnlijke beeld van de Joden met hun Davidsster. 

Binnenkomst kerkenraad

Muziek

Begroeting (staand):
Voorganger: Met vrede gegroet 
Allen: en gezegend met licht!
Vg: Voor wie zoeken in de stilte naar een vuur voor hart en handen:
A:   Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Vg: Voor wie zingen op Gods adem van de hoop die niet zal doven:
A:   Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Vg: Voor wie roepen om vrede, van gerechtigheid dromen:
A:   Met vrede gegroet en gezegend met licht!
Vg: Voor wie wachten in vertrouwen dat de liefde zal blijven:
A:   Met vrede gegroet en gezegend met licht!

V: Jij, stem van de Hoop,
tijding in duistere nacht,
stem die in stilte spreekt:
A: wees ons nabij, raak ons aan.
V: Jij, stem van de Liefde,
die sprak al voor nacht en dag,
voordat wij woorden spraken:
A: wees ons nabij, raak ons aan.
V: Jij, bron van Vertrouwen 
rondom ons in verdriet,
dichtbij waar wij ook zijn,
A: wees ons nabij, raak ons aan.
V: Jij, opgaande zon 
over bedauwd weiland:
doorgloei en verwarm ons 
A: wees ons nabij, raak ons aan.

Aansteken van de kaarsen aan de Paaskaars

Lichtlied: lied 287: 1, 2 en 3

Inleidende woorden bij de lezingen (zittend)

Inleidend gezang op de lezingen (door voorzangers)

Vz: Van ver, van oudsher aangereikt, een woord dat toch niet van ons wijkt.
Het zoekt een huis, een wijs. Het vindt gehoor bij mensen, onderdak.
Allen:

Lezing: Numeri 10: 33-36

Lezing: Psalm 23 (gesproken)

Vg: Jij mijn herder? Niets zou mij ontbreken.
Breng mij naar bloeiende weiden
doe mij liggen aan vlietend water 
A:   dat mijn ziel op adem komt 
dat ik de rechte sporen weer kan gaan 
achter jou aan.
Vg: Jij mijn herder? Niets zal mij ontbreken.
Moet ik de afgrond in, de doodsvallei, 
A:   ik zal bang zijn – ben jij naast mij,        
niet zal ik doodgaan van angst.
Vg: Jij hebt de tafel al gedekt –
mijn spotters weten niet 
wat ze zien: 
A:   dat jij mijn voeten wast, 
ze zalft met balsem 
mij inschenkt, drink maar, zeg je.
Vg: niets zal mij ontbreken.
Laat het zo blijven, dit geluk
deze genade, al mijn levensdagen.
A:   Dat tot in lengte van jaren
ik wonen zal bij jou in huis.
Jij mijn herder, niets zal mij ontbreken.                 
(uit: Huub Oosterhuis, 150 psalmen vrij)

Lezing: Numeri 33: 1-15, 48ttheüs 22: 15-22

Acclamatie: Lied 326: 1, 2 en 6

Bespiegeling – stilte – muziek

Lied: Visioen van de messiaanse tijd

1. De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan
van spijs en merg, van uitgelezen wijnen,
van heind’ en ver zal men aan tafel gaan,
de Heer is gul en goed voor al de zijnen.

2. Gezuiverd en belegen is de wijn,
zo rood als bloed, gerijpt tot heil en zegen;
op deze berg zal ’t feest’lijk toeven zijn,
hier leidt de Heer ons heen langs alle wegen.

3. Op deze berg neemt Hij de sluier weg
waar alle volkeren mee zijn omwonden;
de duisternis zal worden afgelegd,
geheimen opgeklaard, boeien ontbonden.

4. Wij treden aan het ontoegank’lijk licht,
wij volkeren, wij heidenen, wij mensen;
wij zien het leven zelf in het gezicht,
God haalt ons thuis van achter alle grenzen.

5. En Hij, het leven zelf, verslindt de dood
tot overwinning en van alle ogen
wist Hij de tranen af. Het ochtendrood    
gaat stralend op, een opgang uit den hoge.

Collecte (diaconie: Hospice De Kime in Sneek)

Gebeden, gebedsstilte, Onze Vader

Delen van brood en wijn (staande): 

V: Met vrede gegroet
A: en gezegend met licht!
V: Als liefde het zwaarst mag wegen,
als liefde in alles geboden is,
A: dan is ons gedenken van Jezus 
een bron van zegen.
V: Zijn liefde is licht voor ogen,   
zijn liefde, een beker die overloopt.
A: Zijn liefde is de bloedsomloop
waardoor wij worden bewogen.
V: Zijn liefde brengt ons hier samen,
zijn liefde dringt ons 
om op weg te gaan,      
de toekomst tegemoet!

Tafellied:

1. Liefde, eenmaal uitgesproken,
als het woord van het begin.
Liefde, wil ons overkomen,
als geheim en zegening.
Liefde die ons hebt geschapen,
vonk waarmee Jij zelf ons raakt,
alles overwinnend wapen,    
laatste woord dat vrede maakt.

2. Liefde laat zich voluit schenken,
als de allerbeste wijn.
Liefde blijft het feest gedenken,
waarop wij Jouw gasten zijn.
Liefde boven alle liefde,
die zich als de hemel welft,    
over ons: wil ons genezen,    
bron van Liefde, Liefde zelf.

Tafelgebed

Vg: Hoewel al jaren weg, 
bleef je hier toch. 
Soms was je een herinnering 
die binnenin in leven bleef, 
soms was je nergens 
want het duister ingegaan, 
van ons vandaan.

Hier staan wij, 
omdat we willen denken        
aan hoe jij er was, 
we willen zijn als jij,
met jou erbij en ons aaneen.

Wij zijn hier echt, we denken jou,
we delen woorden, brood en wijn
en even zijn wij samen één.

Daarom steeds weer in dankbaarheid
een dronk op jou op ons op straks
als je weer komt – je bent er al, 
want altijd hier, altijd nabij, 
altijd bij haar, bij hem, bij mij.

Vg: Wij delen zijn woorden als brood voor ons levenwij noemen ons één.
Delen van het brood 
Delen van de wijn (grote bekertjes = druivensap)
Vg: Wij drinken zijn dagen en voelen zijn leven als wijn in ons bloed.

Vg: Die met ons deelt het brood 
als onder vrienden   
A: Gezegend jouw naam!
Vg: Die ons hier voedt
met het licht van de liefde
A: Gezegend jouw naam!
Vg: Die ons verzadigt 
met het visioen van vrede
A: Gezegend jouw naam!

Slotlied: lied 737: 1 t/m 5, 14 t/m 21

Vredegroet en zegen:

Vg: Met vrede gegroet
A:   en gezegend met licht!
Vg: Ga heen in vrede,
dat wij in goede en kwade dagen
gedragen mogen worden
door de goddelijke glans 
die oplicht in ons leven:         
het licht van Vertrouwen, Hoop en Liefde,
Waarheid, Goedheid en Schoonheid.
A:   Amen (gesproken)

Muziek (zittend)

Mededelingen

De woorden van het tafelgebed en de woorden bij het delen van brood en wijn zijn van essayiste en dichteres Marjoleine de Vos. Zij schreef deze in opdracht van de gemeente van de Kloosterkerk in Den Haag.
De inleidende en afsluitende woorden bij het delen van brood en wijn zijn van theoloog Sytze de Vries. 
Voorganger: ds. Harrie Strubbe. Orgel/piano: Jan F. Sterenberg.

Contact Protestantse Gemeente Ingwert (Raerd, Dearsum, Poppenwier, Flansum en Abbenwier): laurentiuskerk@planet.nl  of tel. (0515) 52 12 61. Website: www.ruimgeloven.nl