De boze burger door de eeuwen heen

Door Matthias Smalbrugge
(column, uitgesproken op de VU-alumnidag op 28 mei 2011)

De boze burger in religiosis? Die vind je in alle tijden. Mensen die zo boos zijn op de kerk dat ze er maar uit gaan. Of anderen eruit gooien. Want het godsvolk denkt al snel dat het Gods stem vertolkt. Vox populi, vox dei (= de stem van het volk is de stem van God). De nauwe band tussen die twee heeft de kerk niet altijd goed gedaan. Denkt aan Hypatia, de neoplatoonse, beeldschone, filosofe uit Alexandrië, een groot denker. Maar toen het volk over haar kwaad sprak en Cyrillus, de patriarch, het vuurtje van deze vox populi nog eens aanwakkerde, werd zij in naam van de vox dei op uiterst wrede wijze gelyncht. Wij schrijven 415. Of lees hoe Ambrosius volstrekt ongewild door het volk tot bisschop van Milaan wordt uitgeroepen. Men dwingt hem zijn verkiezing te accepteren, want vox populi, vox dei. We schrijven 374.

Maar het hoogtepunt van de boze burger in de kerkgeschiedenis, dat is natuurlijk de protestant. Burgers die zich protestant noemen, die bestaan bij de gratie van onvrede. Over Rome, de verspilling, de mooie praatjes. Protestanten: dat waren in de ogen van de officiële kerk toch echt gevaarlijke populisten, aangevoerd door een gedroste monnik (Luther) en een jurist die zichzelf uitgaf voor theoloog (Calvijn). Inderdaad ‘populisten’ en daar lijkt in elk geval Calvijns stijl wel op. Lees hem en je schrikt niet meer van een demagogische term als kopvoddentaks. Bijvoorbeeld wanneer hij schrijft dat bordelen hun hoeren netter aankleedden dan de katholieke kerk haar heiligen. Tenslotte, protestantse volkswoede ontketende de Beeldenstorm, de catastrofale verwoesting in Europa van religieuze kunst. Vox populi, vox dei. Komt het ons protestanten eigenlijk wel toe iets te mogen zeggen over populisme en geloof? Of is het het tij dat ons heeft gebaard en groot gemaakt? Heeft Wilders meer gemeen met Calvijn dan met de jaren ’30?

Toch, het ligt complexer. Alle elkaar betwistende bewegingen in de kerk werden gedreven door echt geloof. Of het nu gaat om Franciscanen, Pilgrimfathers of Gereformeerden uit de 19e eeuw. Steeds ging het mensen er om dat boosheid ook constructief kon worden ingezet.

Op dat constructieve zou ik willen focussen. Ik sta daartoe stil bij een van de voorvaders van het protestantisme, Bernard van Clairvaux (1090-1153), de tweede stichter van de kloosterorde der Cisterciënzers. Hun bouwkunst is protestants van karakter, sober en met de bepaling dat er geen beelden mochten zijn. Want, zei Bernard, de kerken zijn behangen met goud, maar de mensen hebben honger. Wat voor honger dan? Als je naar hem luistert, denk je in eerste instantie dat het gaat om verdediging van de eigen identiteit. Hij preekte, als boze burger, tegen de Moslims en riep met succes op tot de tweede kruistocht in 1095. Is dit dan de kern van de vox populi, vox dei? Deze machtshonger? Nee. Hij schreef ook die prachtige preken over het Hooglied. Ze gaan over de ziel die God zoekt en wier verlangen al het onderpand is van Gods aanwezigheid. Het gaat over de ziel die ’s nachts rusteloos zoekt naar het Woord om hervormd te worden. Zodat zij gelijkvormig kan worden aan dat Woord en het kan huwen. De Redder zal ons reformare zodat we aan zijn schittering gelijk zullen zijn. Dus dat is de kern van de Reformatie, van het protestantisme, de hervorming die de liefde teweeg brengt. Pure bruidsmystiek, geen geweld dat beelden kapot slaat, geen afgeven op anderen, maar zien dat alles kan staan in het teken van het sprankelend water, de claritas (= helderheid, schittering), die God is. Daar gaat het om.

Aan de Vrije Universiteit leiden wij daarom theologen op die Calvijn en Bernard kunnen lezen, die de bronnen van het protestantisme kunnen wegen, juist om aan Calvijn te ontkomen. Want populistische boosheid is een hartenkreet van een slapeloze ziel, verdwaald, maar verlangend naar gemeenschap.

 

Matthias Smalbrugge is bijzonder hoogleraar Europese cultuur en christendom aan de Vrije Universiteit en predikant van de Protestantse Gemeente in Aerdenhout.
Bron: www.godgeleerdheid.vu.nl