De Laurentiuskerk van Raerd

Dit is een korte beschrijving van de bezienswaardigheden van de in 2009-2012 gerestaureerde Laurentiuskerk van Raerd.

In het kader van Tsjerkepaad is de kerk de hele zomer op zaterdagmiddag van 13.30 – 17.00 uur geopend voor bezichtiging. Buiten deze tijden kunt u na afspraak ook in de kerk terecht. Daarvoor kunt u contact opnemen via tel.nr. (0515) 52 12 61 of laurentiuskerk@planet.nl.

Bij uitgeverij Bornmeer in Gorredijk is in 2012 een boekje over de kerk verschenen met veel foto’s. Het is te bestellen via laurentiuskerk@planet.nl.  De prijs is 12,50 (excl. verzendkosten).

boekje kerk

Het gebouw
Het huidige gebouw kwam in de plaats van een oude kerk met een brede zadeldak­toren. Deze was bouwvallig geworden en daarom besloten de kerkvoogden een nieuwe kerk te laten bouwen. Op de westmuur van de toren lezen we de volgende tekst:
“Anno 1814 den 23 Mei, is aan dit gebouw de eerste steen gelegd
door den Hoog Wel Geboren Heer Jr. Tjalling Aedo Johan van Eysinga;
zijnde toen alhier Predikant den Weleerwaarden Heer Focco Liefsting;
en Kerkvoogden, de Eerzame Pieter T. Dotinga, en Jouke G. Gerbrandy.”

Op 10 september 1815 is de nieuwe kerk ingewijd.

p1190202

In 1909 is de kerk van binnen drastisch gerenoveerd. Daarbij is de hele indeling veranderd. De preekstoel werd tegen de oostmuur geplaatst, het doophek kwam ervoor te staan, de herenbank werd verwijderd en als notabelenbank en achterin de kerk geplaatst en tenslotte werden de banken ‘gemoderniseerd’. Bij de restauratie van 2009-2012 is de oorspronkelijk situatie hersteld. Drie foto’s: 1908, 2009 en 2012.

p1070353

p1050723

p1180725

Het meubilair
De Laurentiuskerk herbergt belangrijk houtsnijwerk: het rococo doophek en de preekstoel springen bij binnenkomst onmiddellijk in het oog. Het is vrijwel zeker van de hand van Dirk Embdervelt, een 18e eeuwse Leeuwarder meester-beeldhouwer en houtsnijder. De herenbank dateert uit het begin van de 18e eeuw en misschien gemaakt door Gerrit Payaar, die ook verantwoordelijk is voor het snijwerk in de kerk van Weidum.

Herenbank
In de notulen van de kerkvoogdij wordt halverwege de 18e eeuw gesproken over een bank van de familie Burmania. Het goed mogelijk dat hiermee de nog bewaard gebleven bank bedoeld wordt. De vraag is wel of deze oorspronkelijk de huidige dubbele overhuiving had: zowel de voor- als de achterbank zijn overdekt, een unicum in onze provincie.
Omdat de stijl van de kuif een andere is dan die van de beide zuiltjes, vermoeden we dat deze door een andere houtsnijder (Pieter Nauta?) gemaakt is en aan een tweede bank toebehoord heeft.

p1200065

Doophek
Zowel het doophek als de preekstoel is gesneden in de zgn. Lodewijk de 15e-stijl, de rococo. Deze stijl kenmerkt zich door asymmetrische vormen. Een aardig voorbeeld hiervan is ook op de preekstoel te zien: aan de achterwand is een asymmetrische knop bevestigd, waaraan de predikant zijn baret kan hangen.
Het doophek wordt gekenmerkt door een sierlijke decoratie met S-vormige lijnen, zowel in de balustraden als bij de bovenlijst. Bij de bekroning van het hek en in de versiering van de deur is de C-vorm toegepast. De drie wapens op de deur zijn, net als op de grafzerken, tijdens de Franse overheersing (1795-1813) weggekapt.

Preekstoel
De preekstoel heeft een zeskantige kuip en deze vorm komt in het klankbord terug. In de trapleuning en de zijschotten van het achterstuk zien we weer de S-vorm. Op de stijlen tussen de verschillende panelen zijn blad- en bloemornamenten aangebracht. Bijzonder is ook de lessenaar: deze wordt gedragen door een engelenkopje. Het meest tot de verbeelding spreken echter de vijf panelen, waarop een vijftal deugden staat afgebeeld. Deze deugden worden gepersonifieerd door vijf vrouwenfiguren.
Op het deurtje links zien we de Gerechtigheid. De vrouw houdt in haar linkerhand een weegschaal en in haar rechter een spiegel, symbool van de Voorzichtigheid. De spiegel is normaliter geen attribuut van de Gerechtigheid, dus het lijkt erop dat hier een soort combinatiefiguur voorgesteld is.
Op het tweede paneel is het Geloof uitgebeeld met in haar rechterhand een brandend hart. Haar linkerhand rust op een open boek: de bijbel. Dit boek ligt op een zuiltje: beeld van de Standvastigheid. Voor de zuil staan de wetstafels. De vrouw draagt op haar hoofd de helm van het Heil, een onderdeel van de geestelijke wapenrusting die in Efeziërs 6 beschreven wordt: “en neemt de helm des heils aan”. In tegenstelling tot de andere vier figuren staat het geloof op een voetstuk: Geloof is de grondslag van alle andere deugden.
Het derde paneel laat de Liefde zien: een vrouw met drie kinderen, van wie ze de jongste aan haar borst houdt.
De vierde voorstelling is die van de Hoop. We herkennen haar aan het anker. Om haar hoofd draagt ze de krans van de overwinning.
Op het vijfde en laatste paneel is de Vrede uitgesneden: een vrouw met een olijftak in haar rechterhand en een duif aan haar voeten. Ook zij heeft de overwinningskrans om haar hoofd.
Het doopvont is een koperen schaal die aan de trap van de preekstoel is bevestigd.

p1200076

Tekstborden en banken
Ook de drie tekstborden van de kerk zijn in dezelfde rococo-stijl gesneden. En de wangen van de vrouwenbanken hebben opzetstukken in deze Lodewijk de 15e-stijl.

p1200127

De grafzerken 

Achter het doophek, tegen zuidmuur
randschrift (in Gotische minuskels):
“Int iaer onzes heren M / Vc  ende  XXXIIII den XXIII dach in junio do sterf den / ersamen man Ada / Jonghama herscap toe Ravvert ende hier begraven“

middenvlak onder:
”Wie . leefter . die .              (Welke mens leeft er,
de . doot . niet .                    die de dood niet
smaken . sal .”                      zien zal, ps. 89:49)

Dit is de zerk van Ada Edes Jonghama, heerschap te Raerd. De maker is Benedictus Gerbrandtsz.
Ada woonde op Jonghamastate. De titel ‘heerschap’ werd na 1500 veelvuldig gebruikt door ‘hoofdelingen’, een soort herenboeren die een stins bewoonden en gewapende knechten in dienst hadden (‘ruters’). Deze hoofdelingen vochten geregeld met elkaar vetes uit. Bekend zijn de tegenstellingen tussen Vetkopers en Schieringers.
Ada Jonghama kwam uit een familie van Schieringers. Zijn vader Ede Keimpes verzette zich hevig tegen Albert van Saksen-Meiszen, een veldheer van Philips de Schone, de vorst die in die tijd de Nederlanden regeerde.
Ada Edes’ testament is bewaard gebleven. Daarin schrijft hij, dat hij begraven wil worden bij Sint Laurentius, op de eerste graad voor het koor, aan de voeten van zijn ‘zalige’ moeder (Saeck van Eminga). Bij de restauratie van 2009-2012 is de zerk van Ada’s vrouw Aeijl Hemstra in brokstukken teruggevonden in een grafkelder. Hij ligt nu weer aan het hoofdeinde van de steen van haar man.
Ada Jonghama had geen kinderen. Na zijn dood op 23 juni 1534 ging Jonghamastate over in handen van zijn neef, de zoon van zijn zuster Womck en haar man Eelke van Heringa. Deze jongen heette eigenlijk Gerlof van Heringa, maar nam met de erfenis de naam Aede Heringa van Jonghama aan. Zijn zerk ligt naast die van zijn oom.

raeportaal rechterzerk2

raeportaal rechterzerk3

Tweede grote zerk achter het doophek
buitenste randschrift:
”A.1586 den 8 Mai / is in de Here gerust de Edel und Erentveste / Aede Heringa van / Iongema ……. tho Ravvert ende Marssum”

binnenste randschrift (de tekst begint linksboven:
”A.1575 den 31/ Aug: starf Der Edel und Erentveste / Edo van Heringa / Hoefling tho Marssum den Got Begnade”

middenvlak boven:
”A.1585
den 12 Martiis starf de . E . und
Dianna van Roorda huisfrou
van den . E . und E. Ade van Heringa”

middenvlak onder:
”A.1575 hic a sinist:
Sepulti sunt Nobiles One Heringa
et Fokel Alwa
uxor ei’ ”                                                                 z
(Anno 1575 zijn hier links de Edelen One Heringa en Fokel Alwa begraven, zijn vrouw)

Aede Heringa van Jonghama was de zoon van Eelke Heringa van Marssum en zijn vrouw Womck van Jonghama. Na de dood van zijn oom heeft hij Jonghamastate te Raerd in eigendom gekregen.
Aede Heringa van Jonghama leefde tijdens de Spaanse overheersing. Hij hield vast aan het rooms-katholieke geloof en vluchtte in 1580 – toen de protestanten het in Friesland definitief voor het zeggen kregen – met zijn vrouw Anna van Roorda en hun kinderen naar Emden, een plek waar meer roomkatholieke bannelingen hun toevlucht zochten. Uiteindelijk zijn Aede en zijn vrouw in Emden gestorven. Hun gebeente is later, in 1611, opgehaald en bijgezet in de kerk van Raerd.
Edo Heringa, die blijkens het binnenste randschrift in 1575 stierf, was Aedes broer. Hij was al in 1568 naar Emden gevlucht, omdat hij juist protestants was geworden. Zijn testament is bewaard gebleven. Daaruit kunnen we opmaken dat hij aan de pest is overleden.
One (Oene) Heringa was hun neef.

Middenpad: portretzerk echtpaar
randschrift:
”Op den 16 Ianuary 1645 sterf den Edelen Heer / Pytter Van Eyssinga in syn Leven Grietman over Rauwerderahem ende Gedeputeerd / Staet van Vrieslandt int 81 Iaer syns ouderdo(m) / Den 5 May 1639 sterf de  Edele Matrona Fokel van Heringa oudt 73 Iaren.”

op cartouche:
”Aeterna Memoria
Cum Patre Tzallingo Frisijs qui finibus Exul
Inde redux multo fulsit honore diu
Petrus ab Eijsinga hoc tumulo requescit et Uxor,
Nulla tamen manes detinet urna pios
Utraque mens superâ melior revirescit in aulâ,
Et fruitur vultu jam propiore Dei.
P . O . L . N . 2 . PP . ”

(Ter eeuwige herinnering.
Met zijn vader Tjalling was hij balling in het Friese gebied.
Daarvandaan teruggekeerd schitterde hij lange tijd met grote eer:
Pieter van Eysinga rust in dit graf en zijn vrouw.
Geen enkele urn houdt echter de vrome zielen vast.
En elk van beide zielen bloeit verder in de hoge hemel
en geniet van het aangezicht van God dat al dichterbij is)

Fokel was de dochter van Aede Heringa van Jonghama. Door haar huwelijk met Pieter van Eysinga kregen de Van Eysinga’s Jonghamastate in eigendom. Pieter verbouwde het huis: in 1603 kreeg het poortgebouw zijn huidige vorm. Het gebouwtje heeft nog steeds een gevelsteen met de wapens van Pieter en Fokel.
In het Latijnse gedicht wordt Pieter een ‘balling’ genoemd. Zijn protestantse ouders moesten in 1568, toen de katholieken het weer voor het zeggen kregen, vluchten, in dit geval naar Wezel.
Pieter van Eysinga was een invloedrijk figuur. Van 1602 tot 1635 was hij grietman van Rauwerderhem, een functie die te vergelijken is met die van een burgemeester in onze tijd. Een van zijn taken was het houden van toezicht op de zuiverheid van de protestantse leer in zijn grietenij: katholieke invloeden moesten bestreden worden.
Voor geschiedenis van deze kerk is de volgende bepaling uit het testament van Pieter en Fokel nog van belang: ”zoo zal de gemeente van Rauwert ook gehouden wezen niemand te begraven in de kerck ofte koor buiten weten ofte believen van de eigener van Jonghamastate.” Een dergelijke zinsnede maakt nog eens duidelijk hoe groot de invloed van de adel in de kerk was.

raenoordmuur linkerzerk

Middenpad portretzerk man
randschrift:
”Jr Tiallingh van Eysingha in Leevene Gediputeerde / Staat van Frieslandt ende Grietman oover Ruerderahem Out 55 Iaeren Obyt / Den 22 April 1658 ende leit hier begraven / Naer Den Lichame doch naer den Zyele met het Geselschap & Heilige Triumpherend int Eewige Leeve”

op cartouche:
”Nobilium pralustre decus Tiallingus avorum,
Atque Eysinganae stella corusca domus,
Hic patria posito clavi temone quiescit,
Quoque prius mundo se probat ore Deo,
In dubijs infracta animi constantia rebus
Ventura exemplar posteritatis erit.”

(Tjalling, schitterend sieraad van edele voor ouders
en stralende ster van het huis Van Eysinga,
rust hier nadat hij de ploeg heeft neergelegd van zijn schouder(?),
met zijn zuiver spreken beviel hij ook eerder aan God,
in onzekere tijden bleef zijn standvastigheid van geest ongebroken
en hij zal een voorbeeld voor het nageslacht zijn.)

Tjalling van Eysinga was de jongste zoon van Pieter van Eysinga en Fokel van Heringa. Waarschijnlijk volgde hij al in 1635 zijn vader op als grietman van Rauwerderhem. Op 27 januari 1649 sloot hij een contract met de gebroeders Arnold en Tobias Bader uit Leeuwarden voor de bouw van een orgel te ‘Rawert’. Het contract vermeldt dat ze het werk aannemen ”voor die somma van fijffthijn hundert caroli gulden”.
Tjalling stierf in 1658. Op het moment dat hij in 1656 zijn testament opstelde, moet er een vreselijke ziekte in Friesland geheerst hebben. In het testament lezen we: “nochtans dat de tijd en stonde van de dood voor de menschen onzeker en onbekend is, voornamelijk in deze swarte tijden, daar menigte van menschen door pestelentiale siekten door een haastige dood uit deze werelt worden gerukt”. Tjallings neef, de zoon van zijn zuster Hylck en haar man Frans van Eysinga, erft uiteindelijk Jonghamastate. Hij laat zich Tjalling Aedo Johan Heringa van Eysinga noemen.
Deze Tjalling Aedo Johan Heringa van Eysinga trouwde in 1682 met Cecilia van Humalda. Zij overleed op 25 juni 1700 te Wirdum en werd daar begraven. Haar rouwbord hangt rechts tegen de noordmuur:

”Hoogedel
en Welgeboren Vrouwe
Caecilia van Humalda Wed: van den Hoog
Ed. en Welgeboren Heer Tialling Ado Johan
Heringa van Eijsinga, oudt int
42 jaar obiit den 25 juni
Anno 1700”

raenoordmuur rechterzerk2

Rococozerk achter de herenbank
op cartouche:
”HIER RUST tot den dag der Algemeene-Opstanding uit den dooden
het stoflyk deel van Jonkheer SCHELTO HESSEL ROORDA van EYSINGA
zedert den Jaare 1741 Gecommitteerde Staat ten Landsdage
van Vriesland. zedert 1750 Grietman van Haskerland.
en tydlyks Lid van verscheidene Hooge Collegien.
Geboren den 10 May 1722 Overleden den 8 July 1790
Benevens dat van Deszelfs Egtgenoote
Vrouwe CATHARINA JOHANNA VEGILIN van CLAERBERGEN
Geboren den 15 Jan. 1726 Overleden den 16 Dec. 1762
en van vier van haare kinders
CATHARINA LUCIA overleden den 20 Jan. 1756 Oud 40 weeken
HESSEL PHILIP Overleden den 21 April 1762 Oud 4 Jaar & 6 Maanden
JOHAN ASSUERUS Overleden den 28 Feb. 1764 Oud 7 Jaar & 8 Maanden
Een Ongenoemde Zoon Overleden met de Moeder”

Schelto Hessel Roorda van Eysinga was vanaf 1750 grietman  van Haskerland. Hij woonde op Heremastate bij Joure. Uit de tekst blijkt dat ook zijn vrouw en vier kinderen in het graf bijgezet waren. Deze tekst geeft de toeschouwer een wat triest gevoel. We lezen dat vier kinderen op jonge leeftijd zijn gestorven. De geboorte van de jongste had zelfs de dood van zijn moeder tot gevolg. Schelto en zijn vrouw Catharina Johanna Vegilin van Claerbergen hebben ook nog twee dochters gehad, die eveneens niet oud geworden zijn. Alleen hun zoon Frans Julius Johan, die in 1752 werd geboren, werd volwassen.

p1200107

Rococozerk middenpad
Op cartouche:
”Den Hoog Wel Geboren
Heer Tjalling Aedo Johan Heringa van
Eysinga Grietman over Rauwerderhem
en Meester knaap van ’t Jagt gerichte in
Vriesland overleden den 5 Julij 1768 in
den ouderdom van 47 jaren en 8 Maanden
en is hier bijgeset des Zelfs Weduwe
De Wel Gebooren Vrouwe Mevrouwe Cicilia van Eysinga Gebooren Sminia
overleeden den 12 October 1793
oud ruim 76 Iaaren”

Bij deze zerk horen twee van de drie rouwborden in de kerk:

het linker rouwbord op de noordmuur:
MDCCLXXXXIII
”De Welgeboren Vrouwe
Mevrouwe Cicilia van Sminia Douarière
Van den Hoog Welgebooren Heer
Jr. Tjalling Aede Johan Heringa van Eijsinga in leeven Grietman van Rauwerderahem Overleeden
den 12 October 1793 Oud ruim 76 Jaaren”

het rouwbord op de zuidmuur:
MDCCLXVIII
”De Hoog Wel Geboren Heer
Tialling Edo Iohan Heringa
Van Eysinga Grietman over Rauwerderahem
En Meesterknaap van ’t Jagtgerigte in Vriesland
Oud 47 Jaar 8 Maanden en 21 Dagen”

Op de kuif van de herenbank staan ook de familiewapens van de Van Eysinga’s en de Van Sminia’s.

Tjalling Aedo Johan Heringa van Eysinga was de oudere broer van Schelto Hessel Roorda van Eysinga. Uit het archief van de Van Sminia’s op te maken, dat Tjalling al in 1729 tot grietman van Rauwerderhem werd benoemd. Die functie bekleedde hij tot zijn dood in 1768. Ook hij was lid van de Staten en zat hij in de raad van de Admiraliteit.
Een meesterknaap was een hoge hoffunctionaris. Er waren meesterknapen van de houtvesterij, van de herberg (deze persoon was verantwoordelijk voor de proviand van het leger) en van het jachtgerecht. Dit laatste orgaan hield zich speciaal bezig met rechtszaken op het gebied van de jacht.
De zerk, de rouwborden en de kuif zijn niet de enige objecten waar de naam of het familiewapen van Tjalling op voorkomt. Hij staat namelijk ook op de kerkklok in de toren.

p1200122

p1200155

Het orgel
Het huidige Hillebrand-orgel van de Laurentiuskerk is het tweede. Het instrument verving het 17e eeuwse Bader-orgel bij de herbouw van de kerk in 1816.

Het Bader-orgel
Op 27 januari 1649 sloot grietman Tjalling van Eysinga (zerk middenpad) een contract met de gebroeders Arnold en Tobias Bader, orgelbouwers te Leeuwarden. Zij namen het werk aan voor 1500 caroli gulden. Ze zouden daarvoor een éénklaviers orgel leveren. Van dit orgel zijn twee disposities bewaard gebleven. Men vermoedt dat de jongste versie de definitieve is geworden:
Prestant 4’
Gedact 8’ B/D
Octaaf 2’ B/D
Tertiana B/D
Mixtuur
Sesquialter
Blockfluijt 4 B/D
Switserspijp
Vox human 8’
Trommel
Nachtegaal
Tremulant

In het contract lezen we o.a. dat het ‘eene trefflicke schoone caste’ moet worden en dat er ‘een goede secreet-lade op een sonderlingh nieuw constige invention, genoemt Sprinck-werck’ moet komen. Het betrof hier een verbeterde versie van de springlade. Ook moet het orgel ‘dreij groote blaszbalgen’ krijgen, ‘ook op die nieuw invention’. Tjalling van Eysinga zal in drie termijnen betalen en mag twee- à driehonderd caroli gulden terugvorderen ‘indien het werck niet soo bevonden word als boven verhalet is’. Het orgel is er gekomen: we weten dat in 1659 aan organist Tjepke Wijmerts twintig gulden werd uitbetaald.

Het Hillebrand-orgel
Op 18 augustus 1816 werd in de nieuwe kerk een nieuw orgel in gebruik genomen, dat was gebouwd door Johan Adolf Hillebrand, voormalig meesterknecht bij Albertus van Gruisen. Het instrument lijkt veel op het Van Gruisen-orgel in Hallum uit 1811, waaraan Hillebrand nog heeft meegewerkt. De dispositie van het nieuwe orgel was als volgt:

Hoofdwerk:
Bourdon 16’
Prestant 8’
Holpijp 8’
Octaaf 4’
Speelfluit 4’
Quint 3’
Mixtuur 3-4 st.
Sexquialter 2 st.
Cornet 3-4 st.
Trompet 8’ B/D

Rugpositief:
Fluit doux 8’
Fluit travers 8’ (volgens Broekhuyzen ca. 1850-1862 alleen discant)
Viool de Gambe D 8’
Prestant 4’
Fluit d’ Amour 4’
Super Octaaf 2
’Vox Humana 8’

twee afsluitingen
tremulant RP
ventiel
pedaalkoppel
zwijgt 32 vt

In 1863 verbouwt orgelmaker Lambertus van Dam het orgel grondig. Waarschijnlijk is de mahonie geschilderde kas na een flinke lekkage in de kerk in 1871 wit overgeschilderd (bij de verbouwing in 1909 werd de orgelkas imitatie-eiken geschilderd). Van Dam wijzigde in 1863 ook de dispositie:

Hoofdwerk:
Bourdon 16’
Prestant 8’
Holpijp 8’
Roerfluit 8’
Octaaf 4’
Fluit 4’
Quint 3’
Octaaf 2’
Cornet D 3 st.
Trompet B/D 8’

Rugpositief:
Fluit dolce 8’
Viool de Gambe 8’
Salicionaal D 8’
Prestant 4’
Roerfluit 4’
Speelfluit 2’
Vox Humana 8’

koppelingen HW-RP
Ped-HW
twee afsluitingen
tremulant RP
windlosser
zwijgt 16 vt (loze knop)

In 1919 is de Vox Humana vervangen door een Sanfthorn van fabrieksmakelij. Deze is bij de restauratie van 2009-2012 verwijderd. Er is een Dulciaan voor in de plaats gekomen naar het voorbeeld van het gelijknamige register op het Hillebrand-orgel te Marrum. Tevens is de Bourdon gedeeld, waarvoor de knop, ‘zwijgt 16 vt’ gebruikt is. Omdat bij genoemde restauratie een geschilderde draperie boven het orgel werd teruggevonden, is er extra kleuronderzoek verricht en is het hele kerkinterieur geschilderd in de kleuren van 1908.

p1200106

Tenslotte
Op 1 juni 2012 is een grote restauratie afgesloten, waarbij het nodige herstel is verricht en het interieur zo veel mogelijk is teruggebracht naar de situatie van vóór 1909.

Het doel van deze restauratie is uitstekend verwoord in de tweede helft van het opschrift op de westmuur van de toren:
“De toren die hier staat voor ’t Kerkgebouw te pralen,
Rust op een fondament van honderd agttien palen;
Een twintigduizendtal van oude vriesche steenen
Moest daarop aan den voet een vasten steun verleenen.
Dat nu dit schoon gebouw veel eeuwen mag verduren,
Door God beveyligd en bevestigd op zijn muren.
En met het kerkgebouw voor ieder mag verstrekken,
Om ’t hart tot dankbaarheid en Godsdienst op te wekken.”

img_5987-1