De tekeningen van Minne Hoekstra

Afgelopen seizoen hebben we in ons kerkblad zes tekeningen van Minne Hoekstra besproken. Hoekstra was het grootste deel van zijn leven predikant, o.a. in Beilen en Scherpenzeel. Als theologiestudent won hij in 1909 de eerste Elfstedentocht. Hieronder vindt u de tekeningen met de bijbehorende (meditatieve) teksten. De eerste tekening heeft bijna dertig jaar in Raerd gehangen. Na de restauratie van de Laurentiuskerk is er helaas geen plaats meer voor. Gelukkig kon de prent terugkeren naar Wergea, waar hij ook vandaan komt. Hij hangt daar nu – volledig gerestaureerd – aan de achterwand van kerkelijk centrum De Frissel, de voormalige doopsgezinde kerk, te hangen. De tekening stelt het hogepriesterlijk gebed voor. Het bijbehorende verhaal kunt u lezen in Johannes 17.

hoekstra1

 

1. In de eerst bijdrage staat de afbeelding van de verloren zoon centraal, die zich in de hal van het kerkje van de Nederlandse Protestantenbond in Beilen bevindt.

hoekstra2 

Wrok

De gelijkenis van de verloren zoon is bekend. Een jongeman vraagt zijn vader om zijn deel van de erfenis, trekt de wijde wereld in, verbrast zijn geld, raakt aan lager was en keert met hangende pootjes terug naar huis. Daar wordt hij door zijn vader met open armen ontvangen, zeer tot ongenoegen van zijn broer die al die tijd plichtsgetrouw aan het werk geweest is op het ouderlijk landbouwbedrijf (Lucas 15: 11-32).

Minne Hoekstra heeft het moment getekend waarop de jongen na zijn terugkeer door zijn vader liefdevol wordt ontvangen. Onder invloed van kinderbijbeltheologie hebben wij als lezers de neiging in de verloren zoon de berouwvolle zondaar te zien en in de vader een alles vergevende God, bij wie we nooit tevergeefs aankloppen. Wanneer we het verhaal echter wat minder dogmatisch benaderen, lichten ineens wat andere aspecten op.

Alles draait in de gelijkenis van de verloren zoon om het al dan niet blijven vastzitten in situaties die in het verleden zijn fout gelopen: een verkeerde beslissing, een uit de hand gelopen conflict, een ondoordacht optreden, een aangedaan onrecht. De vader en de zoon laten allebei zien, elk vanuit zijn eigen perspectief, hoe een doorbraak bereikt kan worden. De zoon erkent zijn ondoordachte daad en is bereid er de consequenties van te accepteren. De vader herkent de oprechtheid van zijn zoon en is in staat om het verleden af te sluiten en zich op de toekomst te richten. Dat hoeft trouwens niet te betekenen dat alles vergeten is. Ongetwijfeld blijft er nog iets van hangen, maar het staat de onderlinge verhouding niet (meer) in de weg: de herinnering is positief. Door schade en schande is de zoon wijs geworden.

Eén is er, die niet met de situatie om kan gaan: de broer. Hij blijft de gebeurtenis uit het verleden als een negatieve last met zich meedragen. In plaats van dat hij meefeest, heeft hij de pest in en blijft hij buiten, helemaal geobsedeerd door zijn energievretende frustratie. Hij is niet wijzer.

Het verhaal stelt ons een vraag: hoe sta jij in het leven? In welke rol (of rollen!) herken je jezelf? De zoon, de vader of de broer?

 

2. Deze keer weer een tekening uit Beilen: Jezus profeteert over Jeruzalem. Alle vier evangelisten schrijven dat Jezus een profetie over de verwoesting van de tempel uitspreekt. In Marcus 13: 1-2 staat het zo: Toen hij de tempel verliet, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Meester, kijk eens, wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen!’ Jezus zei tegen hem: ‘Die grote gebouwen die je nu ziet – wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’

Op de tekening is alleen Jezus te zien. Het lijkt erop dat Minne Hoekstra hem getekend heeft, terwijl hij vanaf de Olijfberg de stad overziet. In vers 3 speelt het verhaal zich ook verder op die plek af. Hoekstra had zo de gelegenheid om in de tekening zijn grote belangstelling voor architectuur uit te leven. In Beilen maakte hij voor de verbouwing van zowel de kerk als de pastorie bouwtekeningen.

hoekstra3

Paniek

Na de woorden over het afbreken van de gebouwen houdt Jezus een rede die begint met de woorden: Pas op dat niemand jullie misleidt. Hij waarschuwt daarmee voor figuren die de massa proberen te beïnvloeden met hun negatieve boodschappen. Deze ‘profeten’ proberen een schrikbeeld op te roepen en paniek te zaaien. Vervolgens werpen ze zich als leider op en krijgen ze degenen die hen achternalopen, precies waar ze ze hebben willen.

Een aantal jaren geleden heb ik het gezin van een collega uit elkaar zien vallen, omdat zijn vrouw en dochter zich aansloten bij een groep (het ‘Efraïmgenootschap’), die als de ‘bruid van Christus’ ging zitten wachten tot ze in de hemel werden opgenomen. De enige die er echt beter van werd, was leider Van Geene. Nu proberen een paar van zijn volgelingen met rechtszaken nog wat van hun bezittingen terug te krijgen.

Hoe kan een mens erin trappen, vraag je je af. Het is echter iets van alle tijden en plaatsen. Toen het jaar 1000 naderde, dachten ook velen dat de wereld zou vergaan. En de laatste rage is de tijdrekening van de maya-kalender: typ op Google maar eens ‘Maya’ en ‘2012’ in en je krijgt een stortvloed van informatie over welke veranderingen de wereld in 2012 zal ondergaan. Voorspellingen over de komst van Christus vallen voor mij onder dezelfde categorie: ze komen uit een (fundamentalistische) hoek waarin men de teksten uit het Bijbelboek Openbaring iets te letterlijk en eenzijdig interpreteert.

De tekst van Jezus over de verwoesting van de tempel werd pas achteraf opgeschreven: na het jaar 70 toen de tempel inderdaad verwoest was. Profetische uitspraken in Bijbelverhalen zijn geen voorspellingen: ze kunnen beter gekarakteriseerd worden als een vooruitziende blik. De uitspraak van Jezus heeft alles te maken met het gebruiken van het gezonde verstand: laat je niet van de wijs brengen en afleiden door natuurverschijnselen, onheilspellende gebeurtenissen en onheilsprofeten, want daarin is de waarheid niet. Blijf met beide benen op de grond staan en vertrouw op je eigen oordeel. Doe wat je hart je ingeeft en raak niet in paniek, als er (nog) niets aan de hand is.

De vooruitziende blik van Jezus met betrekking tot de tempelverwoesting kan in deze tekst als volgt geïnterpreteerd worden: wie de tempel van God als een nationalistische uitvalsbasis voor verzet tegen de Romeinse bezetter gebruikt (dat was de toestand  van dat moment), kan erop rekenen dat het gebouw in die strijd vernietigd zal worden. De geschiedenis gaf Jezus gelijk en daarom werd zijn ‘voorspelling’ opgeschreven. Hij bleek het goed gezien te hebben.

 

3. In de hervormde kerk van Ossenzijl hangt een tekening van Jezus die geknield ligt voor een steen in de hof van Gethsemane. Dezelfde tekening bevindt zich ook in Beilen: hier siert ze de voorkant van de preekstoel. De compositie is niet van Hoekstra zelf: ze is nagetekend van het overbekende schilderij van Heinrich Hofmann (1824-1911). Een kopie van dat schilderij staat bijvoorbeeld op de zolder in de kerk van Jirnsum en afgelopen zomer troffen we een geschilderde versie aan in een Engelse dorpskerk. Een dergelijke constatering doet je trouwens wel vraagtekens plaatsen bij de authenticiteit van de andere composities van Hoekstra.

hoekstra6

Angst

Op de tekening zien we Jezus op het moment waarop hij bidt: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’ (Matteüs 26: 36-46). Vlak daarna zal hij gearresteerd worden. Jezus is doodsbang.

Dat past niet in het beeld dat veel christenen van hem hebben. Velen beschouwen hem als de zoon van God, die zelf een aantal goddelijke trekken vertoont. In bepaalde kringen is het ook heel gewoon om tot Jezus te bidden. Over de goddelijkheid van Jezus zijn in de geschiedenis dan ook felle discussies gevoerd.

Op middeleeuwse schilderijen van de aankondiging van Jezus’ geboorte aan Maria (de ‘Annunciatie’) zien we de heilige Geest in de vorm van een duif als een soort straaljager naar beneden schieten richting Maria. Het is een illustratie van Lucas 1: 35, waarin de engel tegen haar zegt: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken.’ Deze tekst wil Jezus’ bijzondere relatie met God benadrukken. Dat is heel wat anders dan goddelijkheid.

De tekening van Hoekstra laat de menselijke kant van Jezus zien: kwetsbaarheid, angst en machteloosheid. Niets menselijks is hem vreemd. Mogelijk irriteert het ons zelfs, dat Jezus het als Gods wil beschouwt dat hij zal moeten lijden. Want in het verhaal staat overduidelijk dat het hem door medemensen wordt aangedaan. Mensen die alleen streven naar eigen macht en dominantie. Jezus is hier de lijdende mens, machteloos om de situatie te veranderen. Hij is overgeleverd aan figuren die op geen enkele wijze recht doen aan hun schepper. In wie we geen spoortje van God zien.

Jezus kan in die situatie weinig anders dan zijn lot accepteren. En juist dat lijkt hem sterk te maken. Hij treedt zijn tegenstanders met open vizier tegemoet. De angst lijkt verdwenen. Hij maakt zijn slapende leerlingen wakker met de woorden: ‘Sta op, laten we gaan: kijk, hij die mij uitlevert, is al vlakbij.’

Wie bij machte is om te aanvaarden wat hem overkomt en de situatie te accepteren, kan daardoor sterker in het leven komen te staan. Dat gebeurt niet van de ene op de andere dag. Daar is tijd voor nodig. Veel tijd soms.

 

4. De tekening die hier centraal staat, hangt in de kerk van de Nederlandse Protestantenbond in Beilen. We zien Jezus die met het kruis op zijn rug de heuvel Golgotha op loopt. Op de voorgrond staat een zestal vrouwen die machteloos moeten toezien hoe hun leermeester en inspirator wordt geëxecuteerd. Eén van hen wordt het te machtig: Jezus’ moeder wordt door twee andere vrouwen opgevangen als ze dreigt te bezwijken.

hoekstra4 

Machteloosheid

is het begrip dat volgens mij het beste bij deze tekening past. De vrouwen kunnen niets meer uitrichten. Geen enkel middel rest hun nog om de situatie te veranderen. En toch is hun aanwezigheid belangrijk.

Vaak is het voldoende als je er alleen maar bent, als je een klein stukje met iemand probeert mee te lopen. We kennen zelfs situaties waarin ieder woord dat er gezegd wordt, te veel is. Er is sprake van onomkeerbaarheid, van uitzichtloosheid, van machteloosheid. In die situaties hoeven er geen dingen gezegd te worden. De aanwezigheid van de ander, het mee-leven van de ander is genoeg.

Het is ook de achterliggende gedachte bij het bloemetje van de kerk: vaak als felicitatie, als teken van blijdschap over een geboorte of een geslaagde operatie. Maar soms ook als symbool van betrokkenheid, van meeleven. En met Allerzielen noemen we in de kerkdienst de namen van degenen die het afgelopen jaar zijn overleden en branden we een kaars voor hen. We willen in die situaties spreken en handelen namens de hele gemeenschap, het dorp dat van de situatie op de hoogte is en met zijn gedachten bij de betrokkenen is.

Soms kun je iets doen. In de christelijke traditie rond de tocht van Jezus naar Golgotha, zijn dat Veronica en Simon van Cyrene. De laatste krijgt van de Romeinse soldaten opdracht om het laatste stuk Jezus’ kruis te dragen. Daarmee kan hij iets van de last overnemen. Veronica veegt volgens de legende met een doek het zweet van Jezus’ hoofd, waardoor zijn gezicht een onuitwisbare indruk achterlaat: een afdruk in de doek.

Dat laatste voorbeeld laat symbolisch zien dat bij het brengen van een bezoekje of het betuigen van medeleven er nooit sprake is van eenrichtingsverkeer. Ook degene die belangstelling toont, kan het bezoek als een verrijking ervaren, waardoor hij anders thuiskomt dan hij vertrokken is.

Het is een van de punten, waarop een dorp in het voordeel is bij de stad. Daar loop je het risico in de anonimiteit te verdwijnen. Maar in een kleine gemeenschap als de onze ken je elkaar en weet je wanneer de ander je nodig heeft. En velen zijn bereid aan een dergelijk appèl gehoor te geven. Voorbeelden te over. Godzijdank.

 

5. In de hervormde kerk van Ossenzijl hangt een tekening, waarop we Judas uitgeput op een steen zien liggen. Op de grond liggen munten: het geld dat hij voor zijn verraad heeft ontvangen.

Minne Hoekstra geeft met deze voorstelling een heel eigen vrije interpretatie van Matteüs 27: 3-5: Toen Judas, die hem had uitgeleverd, zag dat Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken (het geld dat hij voor zijn verraad had gekregen) naar de hogepriesters en oudsten terug en zei: “Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren. Maar zij zeiden “Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen.” Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich.

hoekstra5 

Schuldgevoel

We zien op de tekening het moment waarop Judas beseft wat hij gedaan heeft. Bijzonder is de compositie. Is het toeval dat Hoekstra precies dezelfde setting kiest als op de tekening van Jezus in Gethsemane? Om die reden drukken we die tekening hier ook nog een keer af. Beide hoofdpersonen verkeren in dezelfde toestand. Ze zijn ten einde raad en voelen zich van iedereen verlaten. Het grote verschil is dat Jezus in deze situatie is gekomen door toedoen van anderen en dat Judas alles aan zichzelf te wijten heeft.

In de oorlogsaantekeningen van ds. Boerlage uit 1945 komt een vergelijkbaar verhaal voor. Bakker Boeijenga uit Gau wordt op 8 augustus 1944 neergeschoten als hij op de vlucht slaat, omdat er bij hem huiszoeking wordt gedaan in verband met de aanwezigheid van joodse onderduikers. De Grouster politieagent die hem verraden heeft, zal daarvoor nooit veroordeeld worden: na zijn arrestatie pleegt hij zelfmoord. Uit angst? Of schuldgevoel?

Schuldgevoel is een universele emotie: ieder mens heeft er wel eens last van. Vreemd is het dat we daarbij soms geen onderscheid kunnen maken tussen situaties waarbij dat gevoel terecht is en omstandigheden waarin we ons volslagen onterecht schuldig over iets voelen. In dat laatste geval heeft ons handelen gevolgen gehad die we nooit konden voorzien en die we ook nooit beoogd hadden. Desondanks kan het aan je vreten, zeker als die gevolgen onherstelbaar zijn.

Er is maar één uitweg: praten. In gesprek gaan met degene die het slachtoffer is geworden. Of met derden. De machteloosheid delen. Berouw tonen. Maar niet vluchten. Want voor dat laatste staat de zelfmoord van Judas symbool. Hij stapt uit het leven, maakt zichzelf onzichtbaar en ontloopt daarmee zijn verantwoordelijkheid. Het inlossen van schuld of het verwerken van een schuldgevoel is vergelijkbaar met een genezingsproces. Dat kan tijd kosten. Maar met het erkennen van de fout en het tonen van oprecht berouw begint het herstel.

 

6. Nog één tekening willen we bespreken: de zesde en dus laatste in de rij. Ze hangt in Ossenzijl en laat de discipelen zien, die rond een tafel geportretteerd zijn. De tekening straalt moedeloosheid en uitzichtloosheid uit. Aangezien het om elf personen gaat, moet het een moment zijn in de dagen tussen Jezus’ dood en opstanding.

hoekstra7 

Moedeloosheid

Verschillende tekeningen van Hoekstra hebben een gemeenschappelijk kenmerk: hij tekent scènes die in de christelijke kunst maar weinig voorkomen. Hoekstra lijkt een voorliefde te hebben voor momenten die niet expliciet beschreven worden in het evangelie. In feite vult hij met zijn verbeelding het Bijbelverhaal aan. Dit geldt voor de vrouwen langs de kruisweg, het Berouw van Judas en ook voor deze rond de tafel zittende discipelen. In de keuze van zijn onderwerpen kan Hoekstra originaliteit in elk geval dus niet ontzegd worden.

Als we de tekening uit Ossenzijl bekijken, zien we een treurig gezelschap. Alle aanwezigen zijn verzonken in hun eigen gedachten en lijken zich amper bewust van wat er om hen heen gebeurt. Er is niemand die de depressieve stemming lijkt te willen doorbreken. Sterker nog, met hun gelatenheid lijken ze elkaar juist te versterken: ze zitten in een vicieuze cirkel. Er is geen hoop meer. Afgelopen. Uit.

De lezer van het verhaal weet echter meer. Johannes 20: 19-23 beschrijft de gebeurtenissen die hierop volgen: “Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.”

In bovenstaande tekst wordt een ervaring beschreven die de discipelen in hun gelatenheid, in hun moedeloosheid overkomt. Is het letterlijk gebeurd? Of moeten we het symbolisch opvatten? In elk geval overkomt hun iets, waardoor ze in één klap uit hun passiviteit getrokken worden. Ze ervaren het als realiteit (‘toonde hij hun zijn handen en zijn zijde’), als geruststellend (‘ik wens jullie vrede!’), als opdracht (‘zo zend ik jullie uit’) en als inspirerend (‘blies hij over hen heen en zei: Ontvang de heilige Geest’). En getuige de laatste regel ontlenen ze er ook een zeker gezag aan.

Het lijkt een bekeringservaring. Van het ene op het andere moment worden hun de ogen geopend en realiseren ze zich dat het niet helpt om in hun verdriet en gemis te blijven hangen, maar dat er een appèl op hen wordt gedaan, dat ze een opdracht hebben. Ze moeten eruit, de maatschappij in. De buitenwereld moet weten van die onmetelijke Liefde die we God noemen.

De tekst van een bekende canon zegt het zo:
“Blijf niet staren op wat vroeger was,
Sta niet stil in het verleden.
Ik, zegt hij, ga iets nieuws beginnen.
Het is al begonnen, merk je het niet?”