Jezus, diep in de woestijn

Jezus, diep in de woestijn,
eenzaam en vol vragen,
voerde daar een zware strijd
veertig lange dagen.

Het eerste couplet van een lied van Hanna Lam, in ons nieuwe liedboek opgenomen onder nummer 539.
Als we tot ons door laten dringen waarover het lied gaat, overvalt ons enige vervreemding.
Een merkwaardig gegeven eigenlijk, die beproeving of verzoeking in de woestijn. Het staat ver van ons af. Zoals zo veel dingen uit de Bijbel. Dan willen we al gauw over tot een uitleg ‘waar we iets mee kunnen’.

Maar laten we dat niet doen. De tekst trekt ons uit elkaar, laten we dat vooral voelen. Wij willen graag een comfortabel leven en dit soort zware praktijken wijzen we af. Met andere woorden: om er iets mee te kunnen, voelen we de neiging om er iets ‘in’ te lezen om de hardheid van ons af te houden.

In de orthodoxie zal men ongetwijfeld aanbieden dat Hij (met een hoofdletter) dit voor ons (met een kleine letter) heeft gedaan, zodat wij dit niet meer hoeven door te maken.
We kunnen ook, moderner, kiezen voor een symbolische benadering. De woestijn is dan een symbool voor de onvruchtbare, onherbergzame wereld waarin wij overeind moeten blijven.

Maar als wij de tekst begrijpelijk maken, zodat hij past binnen onze opvattingen (lees: wat wij aankunnen), ontgaat ons de kern ervan. Wij willen graag een geloof dat troost, liever geen geloof dat confronteert, een geloof dat rust geeft, liever geen gelooft dat ons onrustig maakt. Bij het ‘amen’ na de preek willen we er het liefst ook uit zijn.

Die veertig dagen – veertig jaren in het oudtestamentische verhaal van het volk Israël – zijn er voor om de geest helder te krijgen voor de opdracht die wacht. Het is een initiatie die volgt op de doop, de reiniging. In de woestijn volgt de reiniging van de geest, de opbouw van het moreel om de grote uitdagingen aan te kunnen.
We kunnen ons afvragen of dat nu nog wel zo nodig is. En inderdaad, het geloof heeft heel veel van zijn relevantie verloren. Maar dat is niet meer dan een tijdelijk verschijnsel dat te maken heeft met de welvaart en de verzadiging van, de weerzin tegen de kerkelijke praktijk zelfs. Mensen zijn vaak met prietpraat het bos in gestuurd.

Jezus worstelt met de woorden van God die levensbrood zijn, met godsvertrouwen en met de verleiding om een knieval te maken voor de wereldmacht. Het is niet eenvoudig om hierover volledig helder te zijn. Hoe bizar het verhaal van Jezus ook lijkt, het voert ons in het hart van zaak van het evangelie. Er is geen verheugende boodschap zonder deze strijd. Geen opstanding zonder kruis. Ergens wijst de beproeving in de woestijn vooruit naar Gethsemane. Er lijkt geen ontkomen aan. En laten we dit niet vroom en ‘religieus’ inkleuren. Het gaat om vluchtelingen die snakken naar een thuis, om mensen in Donetsk (Oekraïne) die vrede willen, mensen in Syrië en Irak die bang zijn voor Isis en ga zo nog maar even door.

Om een heilzame werkelijkheid te bereiken voert Jezus zijn strijd. We kunnen stellen dat die strijd geen oplossing heeft gebracht voor het wereldleed. Hoezeer we ook belijden dat hij het lam is dat de zonden van de wereld heeft weggedragen. Maar hij heeft wel zijn weg helder voor ogen – dat is het enige dat je kunt bereiken. Niemand kan je vertellen of zelfs wijs maken hoe je moet leven, maar je ontkomt er niet aan om onder ogen te zien wie je bent en wat je te doen staat. Dat uitzoeken doe je niet in je luie stoel, maar midden in de beproevingen die het leven biedt.

Gerard Knol