Moderne theologie: Een strijd op twee fronten

Door Kees Posthumus

Tegenover orthodoxe gelovigen verdedigt hij het erfgoed van de Verlichting. Tegenover radicale Verlichtingsdenkers komt hij op voor het goed recht van de christelijke traditie; de rede heeft zijn grenzen.

Links staat het complete werk van Karl Barth, broederlijk naast de folianten van de jarige Johannes Calvijn. Rechts strekken de oude kerkvaders zich uit: Eusebius, Athanasius, en anderen. Daartegenover, in een kast samengepropt, moderne literatuur. Dit is de studeerkamer van Rick Benjamins, in het souterrain van zijn huis in Beuningen, bij Nijmegen.
Benjamins was vijftien jaar gemeentepredikant toen hij de overstap maakte naar de academische wereld. Sinds oktober 2008 is hij docent dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit, locatie Leiden. Op vrijdag 23 januari verzorgt hij de hoofdlezing tijdens de Geruchtdag, de toogdag van Op Goed Gerucht, waarvan hij destijds een van de initiatiefnemers was. Benjamins spreekt er over ‘Verlichting en verwarring’.

Wat is er boeiend aan dogmatiek?
“Dogmatiek is een prachtig vak, al klinkt de term misschien angstaanjagend. Als dogmaticus ga je in gesprek met de traditie en met de tijd en de wereld waarin je leeft. Je zet, voor jouw eigen tijd, op een rij waar christelijk geloof over gaat. Het is de systematiek van de theologie. Dogmatiek behandelt bijvoorbeeld de Godsleer (wie is God?), de christologie (wie is Jezus en wat maakt Hij duidelijk over God?) en de heilsleer (hoe is ons in Christus heil gebracht?).
Ik promoveerde op Origenes, een vroege kerkvader, die wordt gezien als de eerste systematische theoloog. In de wereld van de Griekse filosofen zag hij zich gedwongen te verwoorden wat christelijk geloof inhoudt. Origenes heeft een grote openheid in zijn theologisch denken. Dat kan ook, want er ligt in die eerste eeuwen nog weinig vast. Hij pakt een vraagstuk bij de kop, denkt erover na, beargumenteert en legt verschillende mogelijkheden voor. Het is niet dichtgetimmerd, zoals in later eeuwen.”

U sprak bij Op Goed Gerucht over Verlichting.
“De Verlichting was een belangrijke periode in de geschiedenis en heeft veel invloed gehad op wie wij zijn en hoe wij denken. De Duitse Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant zei: ‘Verlichting is de uittocht van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft.’ Mens durf te denken en gebruik je verstand, ga kijken in welke wereld je leeft. Dat is het programma van de Verlichting. Het is de aanzet om zelf te denken, een grote breuk met de traditie die er was. Voorheen werd je, op gezag van traditie en openbaring, verteld hoe de wereld in elkaar zat.
Natuurlijk werd er voor de Verlichting ook gedacht, maar daar gaven christelijke godsdienst en kerk het wereldbeeld waarbinnen gedacht kon en mocht worden. Bij de Verlichting komt op de voorgrond te staan dat het verstand zelf wil uitzoeken in wat voor wereld wij leven.”

Wat betekent dat voor het leven van mensen?
“Op 4 juli 1776 wordt de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring aangenomen. Daar staat dat alle mensen gelijk geschapen zijn en van hun Schepper onvervreemdbare rechten hebben gekregen. Daaronder behoren het recht op leven, op vrijheid en op het nastreven van geluk.
Voorheen werd je op je plaats in het leven gezet, waar je je taken te vervullen had. Nu mag je streven naar je geluk, in de vrijheid waarop je onvervreemdbaar recht hebt. Niet langer vertellen machtsinstituten hoe je moet leven en waar jouw geluk ligt. Dat is de kern van de Verlichting: zelf nadenken en streven naar geluk, in vrijheid.”

Volgens Op Goed Gerucht hoort bij Verlichting ook verwarring
“Dat is vanaf het begin al zo. Vanuit de christelijke traditie en de kerk rees veel verzet tegen de ideeën van de Verlichting. Zodra je zelf gaat nadenken, houdt het verstand namelijk geen halt meer bij de openbaring. Het vraagt zich af: wat is openbaring?
De radicale Verlichtingsdenkers gingen zover dat ze afwilden van de godsdienst, die zij zagen als knechting en bijgeloof. De godsdienst, in de meer orthodoxe vorm keerde zich tegen de Verlichting: ‘hier gaat de mens op eigen benen lopen, terwijl hij Gode gehoorzaam moet zijn’. In de twintigste eeuw komt daar een probleem bij. Het menselijk verstand blijkt niet het een en al. Het probeert de wereld in zijn greep te krijgen, maar dat lukt niet. Het blijkt een aanvechtbaar instrument als basis voor politiek en het leven.
Het was uitgerekend een verlichte wereld waarin de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog en de concentratiekampen van de Tweede Wereldoorlog een feit werden. Daar had de vooruitgang ons blijkbaar gebracht, we waren beter uitgerust om elkaar de nek om te draaien. Zo werd de Verlichting een probleem voor de Verlichting zelf.”

Wat maakt de Verlichting nu nog steeds interessant?
“Het project van de Verlichting draaide om emancipatie, om de mens op eigen benen te zetten zodat hij zijn geluk kon nastreven. Dat project is ergens misgelopen, dat is één. Tegelijk geven nu de felste pleitbezorgers van de Verlichting af op godsdienst, en vooral op de islam. Mensen als Wilders halen steeds de Verlichting aan als fundament van hun politieke redeneringen. In hun ogen is godsdienst bijgeloof, dat geen rol mag spelen. Zo staat de Verlichting opnieuw op de agenda, vooral door de komst van de islam.”

Waarom is de Verlichting voor Op Goed Gerucht van belang?
“Sinds twee eeuwen bestaat er een traditie van theologen die aansloten bij de Verlichting. Zij pleitten ervoor om met ons verstand naar de Bijbel en de traditie te kijken, de wereld te onderzoeken. Er is uiteindelijk geen tegenspraak tussen wat de christelijke godsdienst beweert en wat de Verlichting wil. Wil je het in een slogan? De moderne theologie gelooft in de mens en in God. Waar de Verlichting alleen gelooft in de mens en waar de orthodoxe theologie stelt dat het allemaal van God moet komen, gelooft de moderne theologie in de mens en in God, en die twee nooit los van elkaar.
In die traditie staan de theologen van Op Goed Gerucht. Verlichting en christendom vormen op dit moment geen populaire combinatie, maar dat doet niets af aan de waarde van beide. Ik zie alle bezwaren en problemen wel, maar ik vind dat je het maatschappelijke project van de Verlichting niet mag opgeven. Emancipatie, vrijheid, mondigheid, je verstand gebruiken, naar geluk streven. Tegenover radicale Verlichtingsdenkers wil ik blijven zeggen: in de godsdienst is meer aan de hand dan jullie kunnen dénken.”

Wat dan?
“De Verlichting is altijd kritisch en onderzoekt: is het wel zoals ons wordt voorgehouden? Maar alleen daarvan kan de mens niet leven. Er zijn ook waarden, wij spreken ons uit over wat goed en verkeerd is, wat waardevol is. Als mens word je breder aangesproken dan alleen op je verstand. De Verlichting heeft het daar moeilijk mee en precies op dat punt levert de godsdienst een belangrijke bijdrage.
Ook de moderne theologie geeft aan waar onvervreemdbare waarden liggen. In het evangelie wordt ons voorgehouden dat we onszelf kunnen behouden als wij onszelf verliezen. Daar zal geen kritische rede op komen en toch is het zo, de waarde van het evangelie die ons door Christus is voorgeleefd en voorgedaan. Van die waarde mag je denken wat je wilt, maar zij blijft staan en komt ergens anders vandaan dan uit het verstand alleen. Godsdienst nodigt uit om je meest wezenlijke waarden onder woorden te brengen en ernaar te leven. Godsdienst levert aan wat de rede niet meer kan bieden. Het antwoord op de vraag naar de zin van je leven is groter dan je met het verstand kunt beredeneren.”

De moderne theologie heeft ook veel afgebroken: de persoonlijke God, schriftgezag, scheppingsgeloof.
“Is dat verlies? Zo is het vaak neergezet: waarheden onderuitgehaald, Genesis 1 is niet waar. Vanuit orthodox perspectief is dat verlies. Maar voor veel gemeenteleden was het pure winst, het hield hen bij het christendom omdat het genuanceerder bleek te liggen. Als je durft te zeggen dat de Bijbel in de protestantse traditie vaak een papieren paus is geweest, kun je ook zeggen dat wij die afgod met de Verlichting zijn kwijtgeraakt. Wij hebben geleerd hoe je de Bijbel niet moet lezen. De Bijbel was nooit bedoeld als een natuurwetenschappelijk boek. Dat is winst, we komen dichterbij de werkelijke kern van de Bijbel.
Het is op dit moment belangrijker dat je in het christendom vindt, wat jij je onopgeefbaar eigen kunt maken, dan dat je van het bouwwerk een paar stutten onopgeefbaar verklaart. Dat bouwwerk is al gevallen en dat geeft niets. Maar er ligt in de christelijke traditie nog zoveel dat zeggingskracht heeft en dat ons door de geschiedenis heen kan leiden.”

Moderne theologen strijden een strijd op twee fronten. Tegen Verlichtingsdenkers die zeggen: Het wordt nooit wat met die godsdienst, afschaffen. En tegen rechtzinnige Beloven die de Verlichting zien als bedreiging van Godsdienst.
“Dat is de positie van de moderne theologie, Op Goed Gerucht. Dat is lastig, je zit ertussenin. Ons wordt verweten waarom wij niet in twee, drie zinnen zeggen hoe het zit. Dat lukt gemakkelijker als je aan een van de uitersten zit, dan weet je precies hoe het zit. Denk je. Maar wij, moderne theologen, zitten op de plaats waar het spannend is, waar het nodig en belangrijk is om te blijven denken en te blijven geloven. Iemand die alleen maar in zijn hoofd leeft, is een domme intellectueel. Iemand die alleen vanuit zijn hart kan leven, wordt een sentimenteeltje.”

Zetten moderne theologen zich niet eerder af tegen orthodoxe theologie dan tegen atheïstische Verlichtingsdenkers?
“Die toon zit er wel in, ja. Dat hangt samen met de start van Op Goed Gerucht, destijds. In de aanloop naar de kerkvereniging roerden allerlei, vooral behoudende organisaties flink de trom. Zo sterk, dat wij het gevoel hadden helemaal niet meer bij die kerk te horen. Daarom begonnen wij Op Goed Gerucht, zodat wij van elkaar weten, geestverwanten vinden en niet als eenlingen in een ons vreemde kerk staan. Zo gezien is het te begrijpen dat je je afzet tegen orthodoxe kerkelijke richtingen. Nu is het belangrijk meer ons eigen geluid te vinden. Er is aan de liberale kant van de kerk terughoudendheid om over het geloof te spreken. Dat komt vooral voort uit wellevendheid en beleefdheid: je zadelt iemand niet met jouw meest intieme zaken op, net zomin als je met iedereen over seksualiteit praat. Geloof is mij ook te intiem en kwetsbaar om voortdurend in de publieke ruimte te zetten. Bovendien zijn wij er niet goed in. Als je die vaardigheid niet beoefent, kwijnt het weg.
Als het om zaken van het hart gaat, komen moderne theologen misschien tekort. Maar de traditie van de moderne theologie geeft wel aanzetten. Een theoloog als Roessingh, begin vorige eeuwen momenteel populair in kringen van Op Goed Gerucht, beklemtoont het belang van de geloofsbeleving, het hart. Afkomstig uit de vrijzinnige traditie ziet hij dat de moderne theologie erg intellectueel is. Maar, stelt hij, daar leeft de godsdienst niet van, godsdienst leeft van wat er in het hart omgaat. In die tijd staat de vrijzinnige traditie voor de grote vraag: Moeten wij de christelijke traditie loslaten en een universele religie worden? Nee, zegt Roessingh, wij moeten bij de christelijke traditie blijven. Waar het om gaat is dat je de moed hebt om je in je persoon aan te laten spreken. Daarbij geldt voor hem: ik word aangesproken door de figuur van Jezus Christus en daarom blijf ik bij Hem.”

Wat betekent dit voor kerk en gemeente?
“Rapporten van sociale wetenschappers geven aan dat mensen steeds meer zelf hun zingeving bij elkaar zoeken. Dat kun je betreuren of juist toejuichen, maar het feit blijft staan. Als kerk heb je alles in huis om die zoektocht te faciliteren.
Wij hebben een traditie van tweeduizend jaar, de kerk is verworteld met de Europese geschiedenis, de kerk is wereldwijd. Wij hebben gedachtegoed van tweeduizend jaar waar je ‘u’ tegen kunt zeggen. Met Origenes en Augustinus, Thomas van Aquino, Luther en Calvijn, en vele anderen daarna. Van daaruit moeten wij toch iets kunnen betekenen Voor mensen die naar zin zoeken?
Wij hebben als kerk academisch gevormde predikanten, dat is een groot goed. Universitair opgeleid, slimme jongens en meisjes. Die moeten in staat zijn om in hun preken, gespreksgroepen, lezingen met deze vragen aan de gang te gaan en te laten zien wat het christendom te bieden heeft. Dat lijkt moeilijk, maar het moet kunnen. Preek Zo, dat de hoorders beseffen: ‘Hier wordt vanuit de christelijke traditie iets gezegd waar ik als modern mens iets aan heb.’ De moderne theologie heeft wel degelijk een boodschap waar we trots op kunnen zijn.
Christus is gekomen, Zodat mensen vrije mensen kunnen zijn. Wat mensen knecht, is niet van God, want tegen Christus. Wij zijn in Christus’ naam tegen religieuze stromingen die mensen niet vrijmaken. Die fierheid en stelligheid komen mee met de moderne theologie.”

En aan het ziekbed?
“Daar moet je naar mensen luisteren. Met mensen bidden en, als ze dat niet meer kunnen, Voor mensen bidden. Dat is Voor mij heel vanzelfsprekend. Natuurlijk zijn er vragen over de almacht van God, over de verhoring van het gebed. Dat laat onverlet dat je oprecht kunt bidden. Als je oprecht Voor iemand bidt of iemand bidt oprecht Voor jou, dan verdwijnt de vraag of en hoe het zin heeft. Dan fundeert bidden zichzelf.
Het is net als muziek maken. Je kunt erover nadenken en praten, maar op het moment dat er muziek gemaakt wordt en je laat je meenemen, verdwijnt de reflectie daaromheen. Dan wordt volstrekt duidelijk dat muziek iets geeft wat je nooit. in woorden kunt vangen. Dat geldt ook voor bidden.
Op terreinen als deze heeft de godsdienst zijn eigen gelding, waar de Verlichting niet aan kan komen. Zolang je praat over bidden, kan iedereen je alle hoeken van de kamer laten zien en sta je met argumenten zwak. Dat verandert als je bidt. Wie bidt met overtuigingskracht hoeft zich niet door de Verlichting in het nauw te laten brengen. Zonder dat je precies weet wat je doet. Laten we vooral beide blijven doen: bidden en denken.”

 

Bron: Woord & Dienst 58/2, 16 januari 2009.
Zie ook : www.opgoedgerucht.nl en www.woordendienst.nl