Pasen 2014

door Gerard Knol

Op 20 april vieren wij Pasen, d.w.z. als feest van de opstanding.
De eeuwen door hebben mensen in allerlei kleuren, vormen en ook gradaties het feest van Jezus’ opstanding uit de dood gevierd. Ze hebben elkaar in vroege morgen, conform het evangelieverhaal, begroet met “de Heer is waarlijk opgestaan, halleluja!”
Het feit – of moeten we liever niet zeggen ‘het gegeven’ – van de opstanding is in de ontwikkeling van kerk en theologie uit elkaar getrokken tussen de polen ‘historisch feit’ en ‘geloofsfeit’. Wat mag dat laatste dan wel zijn? Het eerste is wel duidelijk: het had in de krant kunnen staan (eventueel met overbelichte foto). Het tweede is obscuur, subjectief of esoterisch. Alleen voor wie erin gelooft, is het een (onomstreden) feit. En omdat het scheppingsverhaal niet gebeurd is zoals het in Genesis beschreven is (tenminste …) zal het met de opstanding wel net zo zijn.
Het zijn van die vruchteloze en vreugdeloze discussie (welles nietes) die helemaal niets verduidelijken en die niets bijdragen aan ons begrip van werkelijkheid en evenmin aan ons begrip van geloof.
Als we het verhaal van Petrus die wandelt over het water lezen, krijgen we al gauw in de gaten dat het gaat over de spanning tussen zijn angst en zijn vertrouwen. In angsten zak je weg en in vertrouwen vind je vaste grond, ook al zijn de omstandigheden nog zo instabiel.
Toch speelt er nog iets anders een belangrijke rol: we willen de (aardse) werkelijkheid niet verliezen. We willen van de aardse werkelijkheid geen gesloten wetmatigheid maken (waarin dus geen verlossing mogelijk is). En we willen van het geloof geen sprookjesverhaaltje maken dat niet voor rede en voor werkelijkheid vatbaar is.
De opstanding gaat over de mogelijkheid van verlossing – een belofte van God aan mensen – en over de mogelijkheid van menselijke verandering, zoals ook het verhaal van de verheerlijking op de berg duidelijk maakt. Het verhaal van de verheerlijking op de berg suggereert de visionaire werkelijkheid waar de opstanding de fysieke uitdrukking van is.
Maar dan: hoe fysiek? Calvijn probeerde een natuurkundige verklaring te geven van het feit dat de opgestane Jezus door een gesloten deur kon binnenkomen. Daarmee gaf hij aan dat ook hij de aardse werkelijkheid geen geweld wilde aandoen en als gelovige ook andere argumenten tot zijn beschikking wilde hebben.
Als wij deze vraag willen beantwoorden, zullen wij moeten erkennen dat wij niet weten hoe wij over het lichaam van of na de opstanding moeten of kunnen denken – laat staan spreken. Het is daarom ook gemakkelijker om het gegeven te ontkennen óf om het wereldvreemd te omarmen. Mensen die een visioen hebben gehad of een bijna doodervaring, geven aan dat er geen adequate taal is om de ervaringen in weer te geven. Dat neemt niet weg dat de ervaring voor hen staat als een gegeven, als een feit. Er is dus sprake van een marge die wij vooralsnog niet kunnen opheffen.
Paulus probeert in zijn eerste brief aan de Corinthiërs (15) via het verschil tussen hemels en aards, tussen aards en geestelijk aan te geven dat er iets is dat blijft schuren en dat het een niet met het ander is uit te leggen. Waar de een alle mysterie aan de kant kaatst, heeft de ander de neiging erin te verdwijnen. Zo gaat dat met dilemma’s.

De kracht van het geloof is dat het in God de mogelijkheid openhoudt op werkelijke verlossing en verandering. Dat is het geloof in Pasen. Wij hebben er geen macht over, maar wel de mogelijkheid om ons erin te begeven, geraakt te worden en een perspectiefrijk leven te hebben. Om een perspectiefrijk, gelukkig, gezegend – of hoe je het ook zeggen wilt – leven te hebben, moet je iets doorbreken. Iets wat lijkt op dood, onwel zijn, ongelukkig zijn, verlamming – of wat dan ook. De werkelijkheid laat zien dat er doorgaans geen wonderen zijn, terwijl er desondanks mensen zijn die wonderen ervaren! Met andere woorden: voor mensen die geloven (vertrouwen, open staan enz.) openen zich mogelijkheden die rijker zijn dan de alledaagse opvattingen voor mogelijk houden. Voor hen opent dat perspectieven. Daarmee zeg ik niet dat gelovigen gelijk hebben. Ook wie gelijk heeft, krijgt dit niet altijd. Daar gaat het niet om. Het geheim is denk ik dat wie gelooft licht ziet in de duisternis, vertrouwen leert, liefde in de kou ervaart enz. Zalig Pasen!