Dearsumer en Poppenwierster dominees

Hieronder geven we een overzicht van de predikanten die in de hervormde (tegenwoordig protestantse) gemeente van Dearsum en Poppenwier gestaan hebben. We baseren ons in eerste instantie op het overzicht in het tweede deel van de Naamlijst der predikanten, sedert de hervorming tot nu toe, in de Hervormde gemeenten van Friesland van Ds. T.A. Romein (Leeuwarden 1888). Het is de bedoeling in de loop van de tijd informatie over de betreffende predikanten toe te voegen.

1584-1587 Andreas Oosterbekius

1588-1589 Petrus Ambrosius

1590-1628 Gerlacus Habbonis

1629-1674 Hermannus Engelberti Wobbema

1674-1708 Johannes Althusius

1709-1719 Badius Renici

1720-1730 Nicolaus Olthof

Eind januari 2022 werd bij de verbouwing van de Martinikerk in Sneek de houten vloer van het koor verwijderd. Het koor is de grote uitbouw achter het orgel met een uitgang in de Grote Kerkstraat. Onder deze vloer bleek een vrijwel onaangetaste zerkenvloer te liggen. De teksten hiervan waren voor een groot deel wel bekend maar zijn opnieuw geïnventariseerd en waar nodig gecorrigeerd. 
Midden in de vloer ligt een grote zerk met het volgende opschrift:

AO 1776 Den 22 Augustus is inde HEERE
gerust de Eerwaarde Godsalige WelGeleerde
Dus NICOLAUS OLTHOF Gerlaci Filius
hij is Gebooren te SCHALSUM den 3 Julij 1695
wierdt  Predekant AO 1720 en heeft gestaan
eerst 10 Jaren te DEERSUM en POPPINGAWIER
daar na 6 Jaren te HINDELOPEN en laatst te
SNEEK ruim 37 Jaren dus in’t geheel in dienst 
geweest in het vijf en vijftigste Jaar wierd
Emeritus in October 1774 en is alhier Begraven 
den 30 Augustus 1776

De lichte vlekken zijn cementresten van de gemetselde stenen waar de balken van de houten vloer op rustten.

Uiteraard was de vermelding van Deersum en Poppenwier voor ons reden in dit onderwerp te duiken. Wat kwamen we over ds. Olthof te weten?

Hij werd volgens de tekst van de steen geboren in Schalsum op 3 juli 1695. Hij was de zoon van dominee Gerlacus (Gerke) Olthof en zijn echtgenote Maria van Roef. De grafstenen van Nicolaus’ ouders liggen nog in de kerk van Schalsum. Maria overleed in 1738, Gerlacus in het jaar daarop.

De jonge Nicolaas studeerde theologie in Franeker en werd op 1 augustus 1720 door zijn vader in Dearsum bevestigd. Op 14 december 1721 trad hij in de Nicolaaskerk van Dearsum in het huwelijk met Gadskea van der Kooi. Op de bewaard gebleven eerste pagina’s van een familiebijbel beschrijft Gadskea het als volgt:

Anno 1721 den 14 Dec: des Na middags zijn wij Do Nicoläus Olthof Praedikant te Deersum en Poppingawier, En Gadskea van der Kooy in de kerk te Deersum getrouwd, door des Bruijdegoms vader Do Gerlacus Olthof predikant te Schalsum.

Nicolaus Olthof stond tien jaren in Dearsum. In de rekeningboeken van de kerkvoogdij komen we hem een paar keer tegen. Zo worden er in zijn beginjaren nogal wat bomen gekocht voor de pastoriehof. Zelf koopt Olthof in 1722 na het snoeien van de bomen van het kerkhof een lading takken, zeer waarschijnlijk als brandhout. In 1726 wordt er een nieuw ‘heerdijser’ voor hem gekocht en in 1729 krijgt de pastorie een nieuwe pomp.

Hoe tijden veranderen, blijkt uit het feit dat Olthof op 6 januari 1722 de kosten vergoed krijgt van twee ons zwavel (‘swevel’). Het is bestemd voor het uitroken van de vleermuizen in de kerk. Blijkbaar veroorzaakten die daar nogal wat overlast. De dominee was niet de enige die betaald kreeg: de schoolmeester en de timmerman ontvangen elk drie stuivers ‘voor datse een nagt in de kerk gewaakt hebben, doeder tegens de Vlaarmuijsen gerookt was’.

In 1730 vertrekt Olthof naar Hindeloopen, waar hij zes jaar bleef. In 1736 verruilde hij Hindeloopen voor Sneek, waar hij in 1770 zijn 50-jarig ambtsjubileum vierde. Marie-Anne de Harder schrijft in haar boek De kerkgeschiedenis van Dearsum van 1580 tot heden op p.61 dat Olthof daar in 1741 nog gedoe met de classis kreeg. Hij had ruzie met een ouderling en schijnt dat op de preekstoel openlijk geventileerd te hebben. En daarvoor moest hij natuurlijk vermaand worden. Hem werd te verstaan gegeven dat het niet gepast was om ‘zijn tegenstanders op de preekstoel particulier te steken en beschaamd te maken’.

In 1774 ging Olthof met emeritaat. Zijn huwelijk eindigde met de dood van Gadskea in 1775 en zou op één maand na 54 jaar duren, een bijzonder feit, dat expliciet vermeld staat in de graftekst van Gadskea op dezelfde steen.  Olthof zelf overleed op 22 augustus 1776, ruim negen maanden na zijn echtgenote. Op 30 augustus werd hij in de Martinikerk begraven.

Het echtpaar had geen kinderen. Wel lijkt het erop dat ze een weesmeisje in huis genomen en opgevoed hebben. Ze heette Rinske en was de kleindochter van een halfbroer van Gadskea. Een extra aanwijzing hiervoor vormt het feit dat Rinske onder dezelfde steen begraven ligt als haar pleegouders. Ook haar man, Wiebe Mensonides, van 1783 tot 1786 een van de schepenen van de stad Sneek, staat op de steen vermeld.

Bijzonder moet het voor Nicolaus geweest zijn dat hij op 11 juni 1730 samen met zijn collega Oneus Oneides van Scharnegoutum-Loënga zijn broer Johannes Olthof bevestigde als predikant van Goënga, Gauw en Offingawier. De beide broers Olthof zaten dus niet ver bij elkaar vandaan. Na anderhalf jaar vertrok Johannes naar Nijland, waar hij ruim vier maanden later op 17 april 1732 overleed, slechts 23 jaar oud. Ook hiervan maakt Gadskea melding in de familiebijbel. Johannes blijkt te zijn overleden aan de kinderpokken en wordt begraven in de kerk van Goënga, ‘in het Choor van de kerk, immediaat aan de ingang van de Grafkelder, ter regter sijde’. Door deze aantekening weten we niet alleen dat Johannes in de buurt van de preekstoel in Goënga begraven moet zijn, maar ook dat de kerk nog een grafkelder moet hebben. Johannes’ zerk is bewaard gebleven. Die staat tegenwoordig bij de ingang in de hal. 

De hierboven eveneens genoemde dominee Oneus Oneides van Scharnegoutum-Loënga, overleden in 1735, ligt ook begraven in de Martinikerk van Sneek, vrijwel naast zijn collega Olthof. Zijn steen is in januari eveneens voor de dag gekomen.

De handtekening van ds. Olthof in een rekeningboek van de kerkvoogdij (9 augustus 1723). De afkorting ‘Eccastes’ staat voor Ecclesiastes, prediker. Rechts de ondertekening door Frans Julius Johan Heringa van Eijsinga, de toenmalige grietman. Erboven de ondertekening van een van de drie kerkvoogden: boer Hotse Jacobs. We zien een soort harkje. Hotse was blijkbaar analfabeet en ondertekende dus met een zelfbedacht tekentje. In de toelichting, duidelijk het handschrift van ds. Olthof, lezen we: ‘dit is Hotse Jacobs gestelde merck’. De andere handtekeningen zijn van de kerkvoogden Sijtze Pijtters en Jelle Auckes, beiden ook boer, en onderaan van Sipco Feikens, de grietenijsecretaris.

1731-1783 Meinardus Atsma

1785-1786 Hendrik Cannegieter

1786-1804 Hermannus Haga

1806-1827 Jan Doorenbos

1829-1868 Lodewijk Lolcama

1868-1893 Hendrik Blankstein

1894-1915 Jan Visser

Bij toeval kwamen we een foto tegen van ds. J. Visser, die van 1894 tot 1915, het jaar van zijn overlijden, predikant was in Dearsum en Poppenwier. Hij volgde ds. Blankstein op. Op de foto zien we een echte 19e eeuwse dominee met een wel heel markante kop. 

Wanneer je het archief van de Leeuwarder Courant op internet napluist, kom je ds. Visser een aantal malen tegen. Zo geeft hij in Oosterlittens een lezing over de zending in Nederlands-Indië en houdt hij in Deersum een verhaal voor de Protestantenbond. Ook gaat hij als consulent in Oosterwierum voor bij de ingebruikname van het nieuwe Bakker & Timmenga-orgel. 

Uit de krant maken we op dat hij drie zoons had, die alle drie theologie studeerden en predikant werden. We lezen een aantal keren dat ze door hun vader in het ambt bevestigd werden. Door de jaren heen krijgt ds. Visser zelf ook nog een paar beroepen, waarvoor hij telkens bedankt: in 1902 naar Oosterwierum, in 1913 naar Oude Niedorp/Veenhuizen en ook naar Bakkeveen.

In 1905 overleed zijn echtgenote Brigitta Josephine Pick. Vier jaar later herdenkt Visser zijn 40-jarig ambtsjubileum. In de Leeuwarder Courant van 13 juli 1909 lezen we: Gisteren herdacht ds. J. Visser te Deersum den dag, waarop hij vóór 40 jaar de Evangeliebediening aanvaardde. Hij was achtereenvolgens werkzaam te Schoondijke, Bath, Ursem, Venhuizen, Nieuw-Helvoet en nu sedert bijna vijftien jaren te Deersum.

Blijkbaar was de dominee ook lid van de vrijmetselarij in Sneek, want eind juli 1913 spreekt hij bij de begrafenis van de heer A. Minderhoud in Sneek namens de loge, waarvan Minderhoud voorzitter-meester was. 

Tenslotte lezen we in de krant van 19 maart 1915: In den afgeloopen nacht is te Deersum plotseling overleden ds. J. Visser, sinds 1894 predikant bij de Ned. Herv. gemeente aldaar en te Poppingawier. Ds. Visser, die in 1869 het predikambt aanvaardde, bereikte den leeftijd van 71 jaren.
Ds. Visser werd in Dearsum begraven.

Aan een achterkleinzoon van de dominee hebben we een tweede foto te danken. Het is opnieuw ds. Visser, nu met zijn echtgenote, jongste zoon en dochter. De foto moet voor 1905 gemaakt zijn, het jaar waarin mevrouw Visser overleed. De locatie is de tuin van de pastorie met de kerk op de achtergrond. Goed is te zien dat de ramen van de kerk toen nog houten kozijnen hadden. Bij de restauratie in de jaren vijftig zijn deze ramen verwijderd en vervangen door ‘authentieke’ stenen traceringen.

1915-1921 Pieter van der Veer

1921-1924 Abraham Kabel

1924-1931 Gerard Karel van der Horst (zie Wikipedia)

1938-1941 Henri Jean Ernst Caron (in combinatie met Jirnsum)

1941-1944 Anthonie Verstraaten

zie verder bij Raerder en Jirnsumer predikanten